بسم الله الرحمن الرحيم

نتائج البحث: 6236
ترتيب الآيةرقم السورةرقم الآيةالاية
1715138الله يعلم ما تحمل كل أنثى وما تغيض الأرحام وما تزداد وكل شيء عنده بمقدار
God weet wat iedere vrouw draagt en hoe de baarmoeders afnemen en hoe zij toenemen en alles heeft bij Hem een maat.
1716139عالم الغيب والشهادة الكبير المتعال
De kenner van het verborgene en het waarneembare, de grote, de verhevene.
17171310سواء منكم من أسر القول ومن جهر به ومن هو مستخف بالليل وسارب بالنهار
Het maakt niet uit of iemand van jullie in het geheim spreekt of in het openbaar of zich 's nachts verbergt of overdag openlijk rondloopt.
17181311له معقبات من بين يديه ومن خلفه يحفظونه من أمر الله إن الله لا يغير ما بقوم حتى يغيروا ما بأنفسهم وإذا أراد الله بقوم سوءا فلا مرد له وما لهم من دونه من وال
Hij heeft een gevolg voor en achter zich die hem op Gods bevel bewaken. God verandert niet wat er in mensen is zolang zij niet veranderen wat er in henzelf is en wanneer God het met mensen slecht voor heeft dan is dat onafwendbaar en zij hebben buiten God niemand die hen beschermt.
17191312هو الذي يريكم البرق خوفا وطمعا وينشئ السحاب الثقال
Hij is het die jullie in vrees en begeerte de bliksem laat zien en die de zware wolken laat ontstaan.
17201313ويسبح الرعد بحمده والملائكة من خيفته ويرسل الصواعق فيصيب بها من يشاء وهم يجادلون في الله وهو شديد المحال
En de donder prijst Zijn lof; de engelen eveneens, uit vrees voor Hem. En Hij zendt de donderslagen en treft daarmee wie Hij wil, terwijl zij over God twisten. Hij is sterk in arglistigheid.
17211314له دعوة الحق والذين يدعون من دونه لا يستجيبون لهم بشيء إلا كباسط كفيه إلى الماء ليبلغ فاه وما هو ببالغه وما دعاء الكافرين إلا في ضلال
Tot Hem is het ware gebed en zij tot wie door hen in plaats van tot God wordt gebeden verhoren hen in niets; zij zijn slechts als iemand die zijn handen naar het water uitstrekt opdat het zijn mond bereikt, maar het bereikt hem niet. Het gebed van de ongelovigen mist steeds zijn doel.
17221315ولله يسجد من في السماوات والأرض طوعا وكرها وظلالهم بالغدو والآصال
Voor God buigen zich eerbiedig neer wie in de hemelen en op de aarde zijn, goedschiks of kwaadschiks, evenals hun schaduwen, in de morgenstond en in de avond. --
17231316قل من رب السماوات والأرض قل الله قل أفاتخذتم من دونه أولياء لا يملكون لأنفسهم نفعا ولا ضرا قل هل يستوي الأعمى والبصير أم هل تستوي الظلمات والنور أم جعلوا لله شركاء خلقوا كخلقه فتشابه الخلق عليهم قل الله خالق كل شيء وهو الواحد القهار
Zeg: "Wie is de Heer van de hemelen en de aarde?" Zeg: "God." Zeg: "Nemen jullie je dan in plaats van Hem beschermers die niet eens macht hebben om voor zichzelf tot nut of tot schade te zijn?" Zeg: "Zijn de blinde en de ziende gelijk of zijn de duisternis en het licht gelijk of hebben zij naast God metgezellen geplaatst die geschapen zouden hebben zoals Hij geschapen heeft zodat voor hen het scheppen gelijksoortig lijkt?" Zeg: "God is de schepper van alles en Hij is de éne, de albeheerser."
17241317أنزل من السماء ماء فسالت أودية بقدرها فاحتمل السيل زبدا رابيا ومما يوقدون عليه في النار ابتغاء حلية أو متاع زبد مثله كذلك يضرب الله الحق والباطل فأما الزبد فيذهب جفاء وأما ما ينفع الناس فيمكث في الأرض كذلك يضرب الله الأمثال
Hij laat uit de hemel water neerdalen zodat de beddingen naar hun omvang volstromen en de stroom er dan schuim bovenop heeft. Uit wat men in het vuur verhit om sieraden of nuttige dingen te vervaardigen komt een overeenkomstig schuim. Zo laat God dat op de waarheid en de onzin slaan. Wat het schuim betreft, dat gaat waardeloos verloren. Maar wat voor de mens nut heeft dat blijft in de aarde. Zo trekt God vergelijkingen.


0 ... 161.4 162.4 163.4 164.4 165.4 166.4 167.4 168.4 169.4 170.4 172.4 173.4 174.4 175.4 176.4 177.4 178.4 179.4 180.4 ... 623

إنتاج هذه المادة أخد: 0.02 ثانية


المغرب.كووم © ٢٠٠٩ - ١٤٣٠ © الحـمـد لله الـذي سـخـر لـنا هـذا :: وقف لله تعالى وصدقة جارية

361450342664607534214261619324145014347